Laserinstellingen voor beginners: alles wat je moet weten

Laserinstellingen voor beginners: overzicht van vermogen, snelheid en DPI instellingen voor een lasercutter

Waarom laserinstellingen voor beginners zo belangrijk zijn

De laserinstellingen bepalen voor een groot deel het resultaat van je werk. Te veel vermogen verbrandt het materiaal, te weinig vermogen snijdt niet door. Te langzaam bewegen beschadigt het oppervlak, te snel en de gravure is te licht. Het begrijpen van de basisinstellingen is dan ook de eerste stap naar mooie, consistente resultaten — ongeacht welk materiaal je gebruikt.

Goed nieuws: zodra je de logica achter de instellingen begrijpt, leer je snel wat werkt voor jouw machine en jouw materialen.

De vijf belangrijkste laserinstellingen

1. Vermogen (Power)

Het vermogen bepaalt hoeveel energie de laser uitstraalt op het materiaal. Vermogen wordt uitgedrukt als percentage van het maximale laservermogen — van 0% tot 100%. Een hogere instelling betekent meer energie, wat resulteert in diepere gravures of het snijden van dikkere materialen.

Bij graveren wil je doorgaans een lager vermogen dan bij snijden. Te veel vermogen bij graveren zorgt voor verbranding en verlies van detail. Bij snijden moet het vermogen hoog genoeg zijn om het materiaal volledig te doorklieven — maar niet zo hoog dat de snijkanten sterk verkleuren.

Belangrijk: het vermogen wordt opgegeven als percentage van het maximale machine vermogen. Lees je ergens dat een project op 60% power is gemaakt op een 130W machine, dan is dat in absolute zin 78W. Heeft jouw machine een maximaal vermogen van 100W, dan moet je de instelling aanpassen naar 78% — niet 60%. Hou hier altijd rekening mee bij het overnemen van instellingen van anderen.

Vuistregel: begin laag en verhoog geleidelijk totdat je het gewenste resultaat bereikt.

2. Snelheid (Speed)

De snelheid bepaalt hoe snel de laserkop over het materiaal beweegt, uitgedrukt in millimeter per seconde (mm/s). Een hogere snelheid betekent minder tijd op één plek — en dus minder energie per oppervlakte-eenheid.

Vermogen en snelheid werken altijd samen. Een hoog vermogen in combinatie met een hoge snelheid kan hetzelfde resultaat geven als een laag vermogen met een lage snelheid. Het vinden van de juiste balans is een kwestie van testen.

Vuistregel: voor snijden gebruik je lage snelheid + hoog vermogen. Voor graveren gebruik je hoge snelheid + laag tot middelhoog vermogen.

3. DPI / LPI (resolutie)

DPI (dots per inch) of LPI (lines per inch) bepaalt de resolutie van een gravure. Een hogere DPI geeft een fijnere, gedetailleerdere gravure maar duurt langer. Een lagere DPI is sneller maar geeft een grovere afwerking.

  • Decoratieve toepassingen: 300 DPI
  • Gedetailleerde afbeeldingen of fotogravures: 500–600 DPI
  • Eenvoudige tekst en geometrische vormen: 150–200 DPI

4. Focusafstand

De laserlens heeft een bepaalde optimale brandpuntafstand. Deze afstand — van het midden van de lens tot de bovenzijde van het materiaal — moet aangehouden worden om de laserstraal met maximaal focus het materiaaloppervlak te raken. Alleen dan bereik je een optimaal snij- of graveerresultaat. Weet je de focusafstand van jouw machine niet, voer dan eerst een focustest uit.

5. Air-assist

Air assist zorgt voor schonere snijkanten, minder brandvlekken en een langere levensduur van je lens. Door een gerichte luchtstroom op het snijpunt te richten worden verbrandingsresten direct weggeblazen — met een beter resultaat en minder nabewerking als gevolg. Een onmisbaar accessoire voor iedereen die regelmatig hout, MDF of acrylaat lasersnijdt.

Laserinstellingen per materiaal: een startpunt

De juiste laserinstellingen hangen sterk af van het materiaal. Hieronder geven we startwaarden voor de meest gebruikte materialen (referentie: 100W machine). Let op: dit zijn richtlijnen — de exacte instellingen verschillen per machine en per fabrikant. Doe altijd eerst een testsnede op een restje materiaal.

Hout en MDF (3mm)

Handeling Vermogen Snelheid
Snijden 75–85% 15–20 mm/s
Graveren (oppervlak) 25–40% 150–200 mm/s
Graveren (diep) 50–60% 80–100 mm/s

Acrylaat (3mm)

Handeling Vermogen Snelheid
Snijden 70–80% 12–18 mm/s
Graveren 20–35% 150–200 mm/s

PET vilt (2mm)

Handeling Vermogen Snelheid
Snijden 40–55% 25–35 mm/s

Multiplex (6mm)

Handeling Vermogen Snelheid
Snijden 85–95% 8–12 mm/s
Graveren 30–45% 120–160 mm/s

Veelgemaakte fouten bij laserinstellingen

De laser snijdt niet helemaal door

Dit is de meest voorkomende frustratie bij beginners. Mogelijke oorzaken: te hoog vermogen (waardoor het materiaal snel verkoolt en de snede dichtslibt), te hoge snelheid, of een lens die niet goed gefocust is. Controleer altijd de focusafstand en zorg dat de lens schoon is.

De gravure is te licht of niet zichtbaar

Dit wijst op te weinig vermogen of een te hoge snelheid. Verhoog het vermogen met 5–10% of verlaag de snelheid en test opnieuw.

De snijkanten zijn sterk verkleurd

Dit is het gevolg van te veel vermogen of te lage snelheid. Verlaag het vermogen of verhoog de snelheid. Bij hout is enige verkleuring normaal — bij acrylaat duidt sterke verkleuring op een probleem.

Brandvlekken rond de gravure

Brandvlekken ontstaan doordat rook en verbrandingsresten op het materiaal blijven liggen. Verbeter de luchtondersteuning (air assist) en ventilatie. Beschermfolie op het materiaal laten zitten tijdens het bewerken helpt ook.

De testmethode: zo vind je de juiste instellingen

De snelste manier om de juiste laserinstellingen te vinden is het maken van een testrooster — een raster van kleine vierkantjes waarbij je systematisch het vermogen en de snelheid varieert. De meeste lasersoftwarepakketten zoals LightBurn hebben een ingebouwde functie hiervoor. Maak voor elk nieuw materiaal een testrooster en bewaar de resultaten — zo bouw je snel een eigen materiaalbibliotheek op.

Werken met materiaalprofielen

Zodra je de juiste laserinstellingen voor een materiaal hebt gevonden, sla je deze op als materiaalprofielen in je lasersoftware. In LightBurn doe je dit via het tabblad Cut Library. Geef elk profiel een duidelijke naam met het materiaal, de dikte en de handeling — bijvoorbeeld “Berk 3mm snijden” of “Acrylaat 5mm graveren”. Na verloop van tijd heb je een complete bibliotheek met betrouwbare instellingen voor al je materialen.

Bronnen en verdere informatie

  • LightBurn Blog: Officiële blog van LightBurn Software met tutorials en tips over laserinstellingen, materiaalprofielen en de Cut Library.
  • LightBurn Documentation: Officiële documentatie van LightBurn over alle instellingen, inclusief Cut Library en Material Test.
  • Epilog Laser – Material Settings Guide: Professionele fabrikant met uitgebreide materiaalinstellingen voor CO₂ lasers als referentie.
  • xTool Learning Center: Tutorials en instellingsgidsen specifiek voor populaire diode lasers zoals de xTool D1 Pro en S1.
  • Laser Safety Facts: Onafhankelijke informatiebron over laserveiligheid en veilig materiaalgebruik bij diode- en CO₂-lasers.
  • RIVM – Gevaarlijke stoffen: Informatie over gevaarlijke rookgassen die vrijkomen bij laserbewerking van kunststoffen en andere materialen.